Kwaliteit en integriteit in waterbodembeheer, een inleiding

Fase:

Het gehele werkproces rondom het uitvoeren van ingrepen in de waterbodem kan worden verdeeld in vijf fasen:

  1. Initiatie
  2. Onderzoek
  3. Ontwerp
  4. Uitvoering
  5. Afronding

Iedere fase bestaat uit een aantal activiteiten, zoals het uitvoeren van een waterbodemonderzoek (onderzoeksfase), het opstellen van een bestek (ontwerpfase), het uitvoeren van de ingreep (uitvoeringsfase) en het evalueren van een uitgevoerd project (afrondingsfase).

Omdat het werk zorgvuldig moet gebeuren is kennis en ervaring vereist. Daarom mogen bepaalde activiteiten alleen erkende organisaties uitgevoerd worden. Om een erkenning te krijgen moet men zich eerst laten certificeren of accrediteren voor die activiteiten.

Hieronder zijn een aantal veel voorkomende activiteiten in waterbodembeheer aangegeven inclusief de SIKB-kwaliteitsrichtlijnen die daarop van toepassing zijn:

  • Milieuhygiënisch waterbodemonderzoek: BRL 2000 of AS 2000 en protocol 2003 (zie ook het wijzigingsblad);
  • Baggervolumebepalingen: richtlijn baggervolumebepalingen op basis van handmatige metingen, zie ook Onderzoeksfase 1;
  • Analyse van waterbodemmonsters: AS 3000 en protocol 3210-3290 (zie ook het wijzigingsblad);
  • Uitvoering van ingrepen met interventiewaarde-overschrijding (ook onderhoud): BRL 7000 en protocol 7003 (zie ook het wijzigingsblad);
  • Milieukundige begeleiding bij de uitvoering van ingrepen met interventiewaarde-overschrijding (ook onderhoud): BRL 6000 en protocol 6003 (zie ook het wijzigingsblad);
  • Zandscheiding, rijping en landfarming van baggerspecie (ook ontwateren in WM-depot): BRL 7500 en protocol 7511 (zie ook het wijzigingsblad);